begin               logopedie              beeldende vormgeving         boekbinden         

INLEIDING

Tien jaar geleden, eind 1983, startte de praktijk in Doornenburg. Ik vestigde mij onder de naam Mazeland-Van der Heijden. Personen uit de hele regio, Arnhem, Huissen, Angeren, Bemmel, Haalderen, Lent, en van de overkant van het water, van Pannerden tot aan Spijk, kwamen in de loop van de tijd naar Doornenburg voor therapie. Enige tijd later vestigde ik mij ook in Pannerden en weer later in Herwen. In 1987 verhuisde ik met de praktijk van Doornenburg naar Gendt en gelijktijdig nam ik mijn meisjesnaam Van der Heijden weer aan.Het aanbod van patiŽnten werd op zeker moment zo groot dat in 1989 mijn collega Ine ter Grote en ik besloten een samenwerkingsverband aan te gaan. In 1990 sloot zich daarbij mijn collega Christel Kwakman aan. We groeiden uit de praktijk aan de Langakker en verhuisden naar de Raalt in Gendt.

Inmiddels hebben beide collega's de praktijk verlaten om zich elders in het land te vestigen. Hun plaats is niet door andere collega's ingenomen, omdat het patiŽntenaantal het laatste anderhalf jaar is afgenomen. Dit betekent dat ik inmiddels weer alleen werkzaam ben.

Meer dan 700 personen hebben inmiddels de weg naar de praktijk gevonden. Personen die zich niet kunnen verplaatsen worden aan huis bezocht, ongeacht waar de patiŽnt in het gebied woont.

Tien jaren zijn een lange tijd. De praktijk heeft in deze periode een hele ontwikkeling doorgemaakt. Middels deze brochure wil ik u hiervan op de hoogte stellen. Ik heb een poging gedaan middels tekst en illustratie een beeld te scheppen van de aktiviteiten. Dank voor uw belangstelling.


ALGEMEEN

 

In de therapie wordt zoveel mogelijk uitgegaan van de totale persoon. Spreken moet een functie hebben.

Aan de patiŽnt die in therapie komt wordt uitleg gegeven over wat spreken is. Deze informatie is een voornaam onderdeel van de therapie. Het geeft in grote lijn aan wat spreken is en loopt als een rode draad door de therapie. Er wordt uitgegaan van de drie nivo's ademhaling, stemgeving en  artikulatie, die gekoŲrdineerd worden via de hersenen. Bij de informatie wordt gebruik van vergelijkingen. De hersenen worden b.v. vergeleken met een computer, de mond met de klankkast van een gitaar.

 

De persoon staat in de therapie centraal.

Bij kinderen vind ik het belangrijk de ouders bij de therapie te betrekken. Zonder hun hulp aan het kind is mijns inziens logopedische therapie alleen onvoldoende. Dit blijkt overigens ook direkt uit resultaten die geboekt worden. Dit neemt niet weg dat een ouder zich bedreigd kan voelen of het idee kan hebben dat hij/zij faalt.

Bij volwassenen is het vaak de omgeving die bij de therapie wordt betrokken. Bij een 'aan huis' behandeling, b.v. bij een afasie patiŽnt, is dit eenvoudiger te verwezenlijken. Zowel voor patiŽnt als omgeving is de therapie doeltreffender wanneer praktische dingen samen gedaan worden. Krant lezen, kaarten, of gezelschapsspellen als mens erger je niet dragen bij tot een betere kommunikatie.

Verbeteren van de verbale communicatie, d.w.z. spreken in welke vorm dan ook, van de patiŽnt met zijn directe omgeving is het  uiteindelijke doel van de therapie. Iemand die praat ook al is het niet perfect is beter dan iemand die zijn mond houdt omdat hij bang is het verkeerd te doen.

 

Iets waarbij de patiŽnt meestal niet stilstaat is het verband tussen de primaire funkties en het spreken. De spieren die we gebruiken bij bijten, kauwen, zuigen en slikken zijn dezelfde spieren die we nodig hebben bij het spreken. Mensen die problemen hebben met spreken blijken vaak ůf heel snel ůf heel traag te eten. Te snel eten betekent meestal dat er niet goed wordt gekauwd. De tong beweegt onvoldoende in de mond om het voedsel onder de kiezen te brengen. Te langzaam eten betekent meestal ook te weing aktiviteit van de tong. Het voedsel komt terecht achter de kiezen en de persoon heeft moeite het erachter vandaan de halen met de tong. De primaire funkties zijn een belangrijk onderdeel bij het komen tot een diagnose en 'eten' is in de praktijk een dagelijks terugkerend gebeuren.


over STOTTEREN

 

Stotteren is een complexe stoornis. De stotteraar valt op door herhalingen in het spreken. Ook kan het zijn dat de stotteraar vast blijft zitten in een klank. Bovendien kunnen allerlei niet ter zake doende bewegingen plaatsvinden tijdens het spreken zoals met de ogen knipperen, het hoofd achterover buigen enz. Het komt ook voor dat een stotteraar inwendig stottert. De persoon heeft zichzelf dan aangeleerd alle mogelijke stotters te omzeilen. Een oplettende luisteraar merkt op dat de betreffende persoon vaak zinnen niet afmaakt en/of spreekt in vreemd gekonstrueerde zinnen.

 

Om te komen tot een zo volledig mogelijke diagnose bij stotteren maak ik gebruik van een aantal onderzoeken. In de eerste plaats wordt een bandopname gemaakt van de spontane spraak en zo mogelijk lezen.  Bij kinderen volgt een gesprek met de ouders en een bezoek aan het kind thuis. Het bezoek bij het kind thuis heeft een tweeledig doel: enerzijds om een betere indruk te krijgen van de spontane spraak van het kind, die in zijn vertrouwde omgeving vaak meer praat en anderzijds om tijdens de therapie met een half woord van het kind te begrijpen wat het bedoelt als het over thuis praat. Mede aan de hand van mijn bevindingen is soms een uitgebreid spraak/taal onderzoek noodzakelijk. Het onderzoek bij ouderen bestaat naast een bandopname uit een mondmotoriek onderzoek, een auditieve discriminatie test, een auditieve synthese test, een vragenlijst met spreeksituaties waarbij de patiŽnt gevraagd wordt zijn spreken en emoties in bepaalde situaties te beoordelen, een gedragslijst met behulp waarvan geÔnventariseerd wordt welke gedragingen er zijn bij het spreken. Verder een aantal stellingen die de persoon moet beoordelen als zijnde waar of onwaar. In een enkel geval wordt een video opname gemaakt maar dit is geen regel.   

 

Uitgaande van de diagnose wordt in de therapie bij oudere kinderen, pubers en volwassenen aandacht besteed aan de volgende onderdelen: ontspanning, ademhaling, stemgeving en articulatie. Sinds 1990 werk ik voor wat betreft ontspanning en ademhaling volgens de methode van Dr.F.Le Huche. Ik heb mij in deze methode gespecialiseerd. Dr.Le Huche is sinds meer dan 30 jaar foniater in Parijs. Een foniater in Frankrijk is naast diagnosticus ook therapeut. Vanuit zijn ervaringen als foniater is een methode ontstaan waarin ik mijzelf terug kan vinden, omdat bij deze methode zoveel mogelijk uitgegaan wordt van de totale persoon. Dr.Le Huche heeft voor zowel kinderen als volwassenen een therapie ontwikkeld.

Voor wat betreft de articulatie is in de loop van de tijd een methode ontwikkeld in de praktijk die uitgaat van de vorming van de klanken naar plaats in de mond. B.v. p/b/m worden gevormd met de lippen. Dit is een gemeenschappelijk kenmerk. Samen met de patiŽnt wordt met behulp van auditieve, visuele en kinaesthetische waarneming ontdekt wat de klanken van elkaar onderscheidt. Begonnen wordt met die klanken waarvan de mondbewegingen makkelijk zijn te zien. Dit zijn de eerder genoemde klanken p/b/m. Met behulp van een spiegel wordt ontdekt hoe de mond beweegt bij iedere klank afzonderlijk.

Met de ogen dicht wordt de aandacht gericht op het voelen van een klank. Door aan de patiŽnt vragen te stellen als "maken je lippen een plof","voel je het trillen in je hals, leg maar een hand tegen je hals", "waar blijft de lucht", "komt de lucht door je neus of door je mond naar buiten", wordt de patiŽnt zich bewust van de bewegingen die de mond maakt bij een specifieke klank. Deze senso-motorische benadering van het spreken brengt bij de patiŽnt een bewustwordingsproces van de mondbewegingen op gang. Ineens wordt het spreken interessant. Iets wat zo vanzelfsprekend lijkt maar de patiŽnt moeite kost wordt vereenvoudigd. In de praktijk is gebleken dat de patiŽnt zelf nieuwe ontdekkingen doet voor wat betreft de vorming van de klanken. Naar mate de therapie vordert en de klanken aan bod komen die minder makkelijk van de mond af te lezen zijn gaat hij/zij steeds beter voelen wat hij/zij zegt. De reden waarom met deze methode zeer goede resultaten worden bereikt is  vermoedelijk de directe feedback: om een klank te kunnen zien bij jezelf heb je een spiegel nodig, om een klank te kunnen horen moet je hem eerst gezegd hebben, maar de bewegingen om een klank te maken kun je direkt beÔnvloeden.

Voor wat betreft de stemgeving, zonder stem is er geen geluid. Stotteraars hebben vaak blokkades. Bij een blokkade blijft de patiŽnt a.h.w." steken" in een klank. Een blokkade kan ook ter hoogte van het stemapparaat zitten. De stembanden blijven dan gesloten. In of uitademing is dan onmogelijk.Ook hiervoor worden bewustwordings oefeningen gedaan. De patiŽnt leert voelen hoe hij/zij opzettelijk de stembanden kan sluiten en openen.


De gekopieerde tekening (Le Huche)

(oefening voor spontane spraak)

Therapeut of patiŽnt maakt een origineel.

Op verbale aanwijzingen wordt de tekening

door de ander gekopieerd.

 

origineel                                       kopie

 

origineel                                       kopie

 

het kommunikatieboek

 


over STOTTEREN bij jonge kinderen

 

Van het totale aantal stotteraars die zich in de praktijk meldden sinds 1983 is 30 % kleuter of peuter. Bij deze leeftijdsgroep is de therapie vanzelfsprekend anders. Naast het stotteren, gekenmerkt door herhalingen en blokkades in het spreken is er vaak sprake van een spraak-taal achterstand bij deze kinderen. Ze hebben vooral moeite met hun gedachten onder woorden te brengen. Om te komen tot een betere kommunikatie tussen omgeving en kind wordt gewerkt met een kommunikatieboek. Hierin wordt vooral getekend door de ouders over die dingen die het kind beleeft b.v. samen met papa over de dijk gefietst op zondag, oma was jarig en het hele gezin is bij haar op bezoek geweest enz. Het boek speelt in de therapie een belangrijke rol omdat ik via de tekeningen met het kind een spontaan gesprekje kan voeren over wat het heeft meegemaakt. Dit zou zonder de tekeningen nooit kunnen omdat het kind niet zou weten waar het moet beginnen met vertellen.


over AFASIE

 

Afasie is een verworven stoornis. De patiŽnten met een afasie die behandeld worden in de praktijk lijden aan deze stoornis o.a. ten gevolge van een hersenbloeding, een hersentumor of b.v. een ernstige vorm van epilepsie. De ernst van de stoornis wordt voornamelijk bepaald door hoe patiŽnt en/of omgeving de verminderde verbale kommunikatiemogelijkheid ervaren. Om te komen tot een zo volledig mogelijke diagnose bij afasie wordt gebruik gemaakt van de 'Verkorte Schuell'. Deze test geeft een goed beeld van het begrijpen van gesproken en geschreven taal, het reproduceren ervan, de woordvinding enz. Ook wordt een bandopname gemaakt van de spontane spraak en zo mogelijk lezen. Vaak wordt gedacht dat aan een afasie niets meer is te doen. Ruim 80 % van de aanmeldingen in de praktijk is ouder dan 60 jaar. Vaak is de behandeling ten huize van de patiŽnt en is er een nauw kontakt met de andere gezinsleden. Bij afasie t.g.v. een CVA is er wel degelijk door therapie een verbetering te konstateren. Meestal is de patiŽnt direkt na zij CVA erg onzeker. Door samen op een rij te zetten wat hij/zij allemaal wel nog kan en dat als uitgangspunt te nemen voor de therapie krijgt hij/zij snel weer meer zelfvertrouwen. Ook door de omgeving, die sterk geneigd is te kijken naar wat de persoon niet meer kan, te konfronteren met wat wel nog goed funktioneert wordt de patiŽnt sterker. Soms is dan niet eens zo lang therapie noodzakelijk. Samen de krant lezen met de patiŽnt, samen in een favoriet weekblad kijken, zijn handelingen die dagelijks kunnen plaatsvinden samen met echtgenoot of zoon of dochter of iemand anders. Ook kleinkinderen probeer ik in te schakelen bij de therapie als opa of oma hiermee een bijzonder kontakt hebben.

Afasie t.g.v. van een hersentumor heeft helaas een minder gunstige prognose. Toch geldt ook hier in eerste instantie een mogelijkheid zoeken om de communikatie tussen patiŽnt en direkte omgeving zo goed mogelijk te handhaven.


over AFWIJKENDE MONDGEWOONTEN

 

Onder afwijkende mondgewoonten wordt b.v. verstaan: habituele mondademhaling, kauwproblemen, slikproblemen. Ze zijn o.a. herkenbaar aan open-mond gedrag, te traag of te snel eten, zich verslikken bij het drinken, kwijlen.

 

Om te komen tot een zo volledig mogelijke diagnose bij afwijkende mondgewoonten wordt gebruik gemaakt van een mondmotoriekonderzoek. Dit onderzoek bestaat uit een inventarisatie van het wel, met moeite of niet kunnen van lip-, kaak, tong- en gehemeltebewegingen. Met de lippenspanningsmeter wordt de kracht van de lippen gemeten. Vervolgens wordt een

bandopname gemaakt van de spontane spraak en zo mogelijk lezen.  Bij kinderen volgt een

gesprek met de ouders. Verder komen vragen over kauwen, slikken, bijten, zuigen en neus- of mondademhaling ter sprake.

 

Uitgaande van de diagnose wordt een behandelplan opgesteld. Maar eerst wordt aan de persoon of aan de persoon samen met de ouder informatie gegeven over de invloed van de spieren van de mond op elkaar en het evenwicht van de spieren van de mond ten opzichte van elkaar die nodig zijn voor een goede ontwikkeling. Een open mond b.v. met een tong die altijd op de mondbodem ligt zal een nadelige invloed hebben op de ontwikkeling van de bovenkaak. Verder is het van belang dat

iedere dag geoefend wordt. Net zo goed als om een gebit goed te onderhouden iedere dag tanden worden gepoetst is het tot een vaste gewoonte maken van het doen van de oefeningen iedere dag de enige manier om ingeslepen bestaande gewoonten die een nadelige invloed hebben op de mondspieren te doorbreken.

In de praktijk is gebleken dat een goede informatie zijn uitwerking niet mist. Vooral bij kinderen is de motivatie van de ouder om samen met het kind te oefenen doorslaggevend voor een goed resultaat. Het kind zelf beseft nog niet dat de oefeningen in zijn/haar eigen belang zijn. Het kind zal proberen eronderuit te komen. Het aantrekkelijk maken van de oefeningen speelt daarom ook een rol. Samen met ouder en kind wordt gezocht naar de beste manier om tot het gewenste resultaat te komen.


over STOORNISSEN IN DE ARTIKULATIE

 

Artikuleren is het maken van klanken. Een klank kan niet of verkeerd worden uitgesproken. Het komt ook voor dat een klank wel kan worden uitgesproken maar in kombinatie met een andere klank wordt weggelaten.

 

Om tot een zo volledig mogelijke diagnose te komen worden een aantal onderzoeken afgenomen. Hoe zijn de primaire funkties? De spieren die we gebruiken bij bijten, kauwen, slikken, zuigen zijn dezelfde spieren als waar we de klanken mee vormen. Als ik een hap neem van een appel maak ik dezelfde beweging als wanneer ik een -aa- zeg. Vervolgens wordt de UAO, Utrechts artikulatieonderzoek, afgenomen en opgenomen op band. De UAO test alle klinkers en medeklinkers. De medeklinkers zowel afzonderlijk als in medeklinkerverbindingen. Dan wordt de ADIT afgenomen. Dit is een test die het auditieve vermogen toetst om klanken van elkaar te onderscheiden. Klanken als -t- en -k- lijken op elkaar. Ze worden vaak verwisseld. Een mogelijke oorzaak kan zijn dat het verschil tussen de klanken niet wordt gehoord.

 

Voor wat betreft de therapie wordt uitgegaan van de basisinformatie. Wat is spreken? Wat hebben we erbij nodig? Jong of oud, het is opvallend hoe ineens de belangstelling voor het spreken gewekt is. Maar niet alleen het spreken. Wie staat erbij stil dat kauwen, of bijten, of slikken, of zuigen iets met spreken te maken hebben? En dan is het ineens logisch en voor de hand liggend en worden zelf spelenderwijs dingen ontdekt, zoals b.v. wanneer ik een hand leg tegen mijn hals dan voel ik dat het daar trilt, of als ik de -m- zeg en ik knijp mijn neus dicht dan lukt de -m- niet meer. 'Dan zeg ik een -b-!' zei een kind laatst.

Alle klanken worden volgens de methode SENSO-MOTORISCHE SYSTEMATISCHE OPBOUW VAN DE ARTIKULATIE, SMOSOA, opgebouwd. Het voordeel is dat de persoon niet meteen gekonfronteerd wordt met wat niet goed gaat. Door het inschakelen van het sensomotorische element in de therapie wordt de persoon zich bewust van zijn/haar mond in het algemeen. De vorming van de klanken wordt de persoon zich in het bijzonder bewust. En omdat steeds een klank benaderd wordt als een uit een groep die dezelfde plaats gemeenschappelijk hebben worden door de persoon zelf de verschillen ontdekt.


over BRODDELEN

 

Broddelen is een spraakstoornis waarbij het spreken over het geheel vervlakt is. De broddelaar is moeilijk te verstaan. De persoon is zich doorgaans niet bewust van zijn slechte spreken.

Het logopedisch onderzoek bestaat in ieder geval uit een bandopname van de spontane spraak en indien mogelijk van lezen. Verder wordt nagegaan hoe de primaire funkties: kauwen bijten slikken en zuigen zijn. Het mondmotoriekonderzoek wordt afgenomen. De artikulatietest is een vast onderdeel van het onderzoek. Verder nog een auditieve diskriminatietest en een auditieve

synthesetest.

 

Een belangrijke onderdeel van de therapie is de informatie. Aan de hand van de afbeelding met de organen die nodig zijn om te komen tot spreken wordt aan de persoon of aan de ouder samen met het kind uitgelegd wat spreken is en hoe het tot stand komt.

 

Alle klanken worden volgens de methode SENSO-MOTORISCHE SYSTEMATISCHE OPBOUW VAN DE ARTIKULATIE, SMOSOA, opgebouwd.

Met de ogen dicht wordt de aandacht gericht op het voelen van een klank. Door aan de patiŽnt vragen te stellen als "maken je lippen een plof","voel je het trillen in je hals? Leg maar een hand tegen je hals", "waar blijft de lucht", "komt de lucht door je neus of door je mond naar buiten", wordt de patiŽnt zich bewust van de bewegingen die de mond maakt bij een specifieke klank. Deze senso-motorische benadering van het spreken brengt bij de patiŽnt een bewustwordingsproces van de mondbewegingen op gang. Ineens wordt het spreken interessant. Iets wat zo vanzelfsprekend lijkt maar de patiŽnt moeite kost wordt vereenvoudigd. In de praktijk is gebleken dat de patiŽnt zelf nieuwe ontdekkingen doet voor wat betreft de vorming van de klanken. Naar mate de therapie vordert en de klanken aan bod komen die minder makkelijk van de mond af te lezen gaat zijn hij/zij steeds beter voelen wat hij/zij zegt.


over DYSARTRIE

 

Bij een dysartrie zijn er vaak verlammingsverschijnselen. Een gezichtshelft b.v. funktioneert in meerdere of mindere mate minder dan de andere gezichtshelft. Het gevoel zowel in de mond als aan de buitenkant van het gezicht is aan de 'slechte' kant weg of minder. Vaak kwijlt de persoon. Drinken is vaak moeilijker geworden. Aan de hand van een uitgebreid dysartrieonderzoek wordt vastgesteld wat wel en wat minder goed of niet meer funktioneert.

 

Voor wat betreft de therapie geldt ook hier weer het belang van de informatie. Niet altijd is het voor de persoon duidelijk wat er nou precies is gebeurd. Hij/zij vraagt zich af hoe het mogelijk is dat het spreken ineens zoveel moeite kost en waarom het zo onduidelijk is geworden. De hersenen vergelijken met een computer blijkt dan te werken. Wanneer om wat voor reden dan ook informatie uit de computer is verdwenen moet die informatie opnieuw worden ingevoerd. Dit geldt ook voor de hersenen. Blijkbaar is er iets verdwenen. Kort geleden nog zei een pt tegen me dat als hij erbij nadacht hij bepaalde

bewegingen wel weer kon maken. Het automatisme was verdwenen. In de therapie wordt veel aandacht besteed aan de sensibiliteit van de mond. Prikkels, afwisselend koud en warm worden op de minder gevoelige plaatsen in mond en op het gezicht gegeven. De gemotiveerde persoon gaat hier ook zelf mee aan de gang. Ook worden prikkels gegeven met b.v. een glad, ruw of zacht voorwerp. Vanzelfsprekend zijn de aanrakingen voorzichtig. Indien mogelijk wordt de familie erbij betrokken. Vervolgens zijn de mondmotoriekoefeningen van belang. Enerzijds als bewustwordingsoefeningen, anderzijds als spierversterkers. En tot slot de artikulatie. Alle klanken worden volgens de methode SENSO-MOTORISCHE SYSTEMATISCHE OPBOUW VAN DE ARTIKULATIE, SMOSOA, opgebouwd.


over SLOKDARMSPRAAK

 

Deze unieke vorm van spreken wordt aangeleerd bij mensen zonder strottehoofd. Door lucht te injecteren in het bovenste deel van de slokdarm en deze lucht als het ware weer op te boeren ontstaat een vervanger van het stemgeluid. Normaal gesproken zijn ademhaling en stemgeving aan elkaar gekoppeld. Nu is dit niet meer zo. De persoon leert daarom te spreken los van zijn ademhaling. De nieuwe stem is zacht. Spreken en ademhalen tegelijk heeft als gevolg dat de ruis door het stoma de spraak overstemd. Ademhalingsoefeningen om de ademhaling onder kontrole te krijgen nemen daarom een belangrijke plaats in in de therapie. Door de operatie hebben de spieren van hals en kin vaak veel te leiden gehad. Om deze losser te maken krijgt de persoon bewegingsoefeningen en massagetherapie. Informatie over hoe het spreken was en de nieuwe mogelijkheden loopt ook nu weer als een rode draad door de behandeling. Meer dan eerst is een duidelijke artikulatie van belang. Oefeningen voor de mondmotoriek en bewust maken van de klankvorming komen aan bod. Van belang is dat de persoon veel oefent en veel verbaal communiceert met anderen. Er is een vereniging van gelaryngectomeerden. Bij de vereniging kunnen artikelen gekocht worden. B.v. een spraakversterker voor op de telefoon of modieuze 'shawls' om het stoma te camoufleren.


over HEESHEID

 

Iedereen kan hees zijn. Sommigen hebben altijd een iets hese stem. Anderen zijn na een feest hees. Heesheid komt vaak voor bij verkoudheid. Heesheid wordt een probleem als het de persoon, ongeacht de leeftijd, belemmerd in zijn/haar kontakt met anderen. In de praktijk blijkt dat emoties kunnen leiden tot heesheid. Het komt regelmatig voor dat een persoon die een meer verantwoordelijke funktie en daardoor b.v. regelmatig vergaderingen moet leiden, 'last krijgt' van zijn/haar stem. Meestal klinkt in dit geval de stem niet hees, maar klaagt de persoon over een 'brok' in de keel.

 

De therapie is in de eerste plaats gericht op de ademhaling. Voor het spreken is een buik-middenrifsademhaling het meest aan te bevelen. Intensief worden ook borst, buik, en borst-buik ademhaling geoefend. Verder volume en tempo van ademhalen. De oefeningen vinden zowel liggend als staand en zittend plaats. Uitgegaan wordt van basisoefeningen die iedere sessie worden herhaald. Vandaaruit wordt de ademhaling gekoppeld aan stem. Veel wordt gebruik gemaakt van de zangstem. In de toegepaste methode (Le Huche) worden de stemoefeningen beschouwd als massage van de stembanden.

 

Het hese kind kan problemen krijgen met de verstaanbaarheid. Bepaalde buikspieren dienen voldoende ontwikkeld te zijn om van daaruit de ademhaling te sturen. Dr. Le huche heeft gekonstateerd dat bij 60 % van de hese kinderen deze buikspieren onvoldoende zijn ontwikkeld. Daarom zijn 'De ruitenwisser' en 'Het stoeltje', beiden voor het kind ontwikkelde buikspieroefeningen, een vast onderdeel van de therapie. Thuis moeten ze iedere dag worden geoefend en in korte tijd is meer stemvolume het resultaat.

 


over SIGMATISMUS

 

Sigmatismus of 'slissen' is een artikulatiesoornis. Deze stoornis komt vaak voor. De mondmotoriek is vaak onvoldoende ontwikkeld. Ook de primaire funkties en met name het kauwen blijken meestal onvoldoende. De tong ligt doorgaans log op de mondbodem. In rust houdt de persoon de mond licht geopend en is de tong duidelijk zichtbaar. Bijna altijd is de leeftijd waarop de persoon wordt doorverwezen voor therapie beneden de twaalf jaar.

 

De therapie heeft als doel een ingeslepen gewoonte te doorbreken. Bij de uitspraak van -s- en -z- komt de tong in plaats van achter de tanden te blijven tussen de tanden door of een zijkant van de tong wordt tegen het verhemelte geplaatst en de lucht ontsnapt opzij. Vanuit het kind zelf is er wel motivatie voor het juist aanleren van de klanken, maar toepassen in de praktijk blijkt een moeizame stap. De hulp van de ouders om de oefeningen te doen is noodzakelijk. Therapie vindt doorgaans een keer per week plaats, 12 tot 24 behandelingen. Met nadruk wordt verzocht de oefeningen te blijven volhouden nadat met de therapie wordt gestopt, omdat het kind anders snel in zijn oude spreekgewoonte terug zal vallen. De 'reminder' in de vorm van een felgekleurd klein stickertje dient om de persoon behulpzaam te zijn hem/haar te herinneren aan het juiste mondgedrag.

 

Het slissen treed vaak op in kombinatie met habituele mondademhaling. De afwijkende mondgewoonten kunnen van nadelige invloed zijn op de ontwikkeling van de bovenkaak en de stand van de boventanden.


over GEHOORSTOORNISSEN

 

Bij personen met een gehoorstoornis zijn twee aspekten in de therapie van belang: enerzijds leert de persoon spraakafzien, anderzijds leert de persoon zoveel mogelijk informatie te halen uit ander kommunikatief gedrag. Het betreft vaak personen die op oudere leeftijd slechthorend zijn geworden. Zij zijn meestal niet gewend de persoon met wie ze een gesprek voeren voortdurend aan te kijken. Behalve dat op deze manier de mondbewegingen kunnen worden gezien komt vaak veel informatie van de gezichtsmimiek. Bovendien worden adviezen gegeven. De omgeving denkt vaak dat tegen de slechthorende persoon hard gesproken moet worden. Rustig en duidelijk is beter. De slechthorende persoon moet altijd met de rug naar het licht zitten. Het licht valt dan op het gezicht van de ander. Dit zijn enkele van de adviezen die gegeven worden en die er toe bijdragen dat de slechthorende persoon minder geisoleerd raakt.


over stoornissen in de SPRAAK-TAAL ONTWIKKELING

 

Het kind is in spraak- en taalontwikkeling achter ten opzichte van zijn/haar leeftijdgenootjes. Voor het overige ontwikkelt het kind zich doorgaans normaal, behoudens enkele uitzonderingen. Als het spreken van het kind zo onduidelijk is dat ook de ouders het moeilijk kunnen verstaan komt op de eerste plaats het kontakt tussen ouder en kind. Soms blijken de verwachtingen naar het kind voor wat betreft het spreken te hoog. Als opa, oma, ooms en tante's ook ongerustheid beginnen te uiten of in het ergste geval gaan vergelijken met neefjes en nichtjes dan heeft de moeder vaak veel te lijden. De onzekerheid van de moeder wordt overgedragen op het kind en de cirkel is rond.

De ongeruste ouder die, ongeacht de leeftijd van het kind, direkt wordt doorverwezen voor logopedisch onderzoek, wordt in de gelegenheid gesteld de ongerustheid te verwoorden. Samen met de ouder wordt gezocht naar hoe te komen tot een betere verbale kommunikatie met hun kind. Bij een heel jong kind van b.v. twee jaar wordt in overleg met de ouder besloten tot een konsequent stimulerende aanpak van spraak en taal. Als na drie maanden ouder en kind weer terug komen kan objektief worden bekeken of er een bevredigende vooruitgang te konstateren is. Altijd wordt de mogelijkheid geboden dat de ouder, indien nodig, eerder kontakt opneemt. Vaak is de vervolgafspraak niet nodig en wordt de afspraak geannuleerd. In geval weinig of geen verbetering optreedt zullen ouder en kind de praktijk frequenter gaan bezoeken.


over LEESSTOORNISSEN

 

Het is opmerkelijk hoe vaak slecht spreken en slecht lezen samen gaan, zowel bij kinderen die de basisschool bezoeken als bij oudere personen. Hardop lezen maakt deel uit van het standaardonderzoek zodra de persoon kan lezen.  Van het lezen wordt een bandopname gemaakt. In de loop van de jaren is gebleken dat door de methode SMOSOA, waarbij het accent ligt op het kinaesthetisch waarnemen van de klanken, in veel gevallen het lezen sterk verbetert. Het betreft dan zowel het technisch als het begrijpend lezen. In de therapie worden mondbeweging en beeld zoveel mogelijk aan elkaar gekoppeld. Er wordt gewerkt met kaartjes. Op de ene kant van het kaartje staat het woord, op de andere kant de afbeelding. Na tot een synthese te zijn gekomen van de mondbewegingen is het woord gevormd en kan de persoon door het kaartje om te draaien zelf kontroleren of het tot een goede synthese, woord, is gekomen. Bij deze oefeningen gaat het nooit om lezen, het gaat om het koppelen van de mondbeweging, aan het klankbeeld, de letter. Ook de volgorde van de bewegingen en het onthouden van deze volgorde worden op deze manier in belangrijke mate geoefend. Door de persoon wordt het verbeteren van het lezen vaak ervaren als een prettige bijkomstigheid bij het verbeteren van de spraak.

 


HYPERVENTILATIE

 

Betreffende persoon, een mevrouw van 43 jaar, kwam in therapie vanwege stemklachten. Ten gevolge van de therapie verdwenen de stemklachten. Maar de therapie had ook invloed op het volledige ademhalingspatroon. Hier volgt een deel uit het intervieuw met patiŽnte:


VERMINDERD MEDICIJNGEBRUIK BIJ ASTMA

 

Betreffende persoon, een mevrouw van 45 jaar, kwam in therapie vanwege stemklachten. Ten gevolge van de therapie verdwenen de stemklachten. Maar de therapie had ook invloed op het medicijngebruik vanwege haar astma. Hier volgt een deel uit het intervieuw met patiŽnte:

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

...............

..................

Pt.:                                               Was er nog meer...? Eens even kijken.... Ik had altijd keelpijn hŤ. Altijd keelpijn erbij en hyperventilatie. En dat is door verkeerde ademhaling.

Ther.M.:                              Dus er waren eigenlijk drie dingen?

Pt.:                                               Drie dingen. Keelpijn, wegvallen van de stem en hyperventilatie.

Ther.M.:                              Wat vond je van de methode? (Bedoelt: methode 'met open ogen' van  F. Le Huche)

Pt.:                                               Die vond ik ontzettend fijn. Ik heb er ontzettend veel aan gehad. Ik heb voor mezelf het gevoel dat ik heel goed heb leren ademhalen. Ik moet ook zeggen ik heb veel geoefend en ik heb nou gewoon mijn adem onder controle wat ik eerst niet had. Ik heb geen keelpijn meer en ik heb geen klachten meer dat de stem wegvalt. Ik heb gewoon het gevoel ik heb na al die jaren goed leren ademhalen en de ademhaling onder controle.

Ther.M.:                              Hoe lang had je er al last van?

Pt.:                                               Dertien jaar. Van hyperventilatie hŤ, niet van keelpijn en het wegvallen van de stem. Maar 13 jaar hyperventilatie.

Ther.M.:                              En heb je nu geen hyperventilatie meer?

Pt.:                                               Hťťl af en toe. Echt als ik echt heel druk ben geweest of me ergens druk om maak dan ga ik zitten of ga ik staan en dan ga ik, zoals jij mij geleerd hebt, met de buik ademhalen, of eventjes liggen en dan zakt het eigenlijk in een mum van tijd weg. Zelfs 's nachts, ik had er 's nachts veel last van, dan blijf ik in bed liggen en dan doe ik gewoon echt met de buik ademhalen en dan zakt het gewoon weg en dan is het over. En het komt nog maar heel zelden voor. Dus wat dat betreft vind ik zelf, heeft het heel erg geholpen.

Ther.M.:                              Dank je !

Pt.:                                               Alsjeblieft ! Ha,ha,ha,ha......... Ik heb bij de haptonoom gelopen, ik heb yoga gedaan en ik vind gewoon dit systeem veel idealer. Maar ook denk ik omdat je daar veel meer individueel bij begeleid wordt. Jij ziet dat ik verkeerd adem haal of je zegt: 'Nee je moet het zo doen'. En dat vond ik bij de andere methodes niet, daar werd er veel minder op gelet. Dus ik heb er gewoon ontzettend veel aan gehad.

Ther.M.:                              Had je het idee dat je je door deze methode bewust        werd van hoe je ademhaalde?

Pt.:                                               Ja, beslist. Nu pas ik het gewoon overal toe hŤ. Als ik ergens mee bezig ben, ik sta bij wijze van spreken af te wassen of ik ben ergens druk mee aan het schrobben dan heb ik het nog wel eens een keer dat ik het benauwd krijg doordat ik dan verkeerd ademhaal, doordat je dan bezig bent en dan eigenlijk vergeet adem te halen. En dan voel ik gewoon, oo.. even gaan staan en dan doe ik echt bewust die ademhalingsoefening en dan gaat het gewoon weer.

Ther.M.:                              Dan heb je echt het gevoel dat je je adem onder controle hebt?

                                                          ....................

                                                          ....................


 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

P:                                                    Ik heb eh, ik ben Cara-patiŽnt,`k heb last van m`n luchtwegen en daarbij ben ik super allergisch voor alle scherpe geuren, gassen en stoffen. Ja en dat is eh ja, alles bij elkaar toch wel moeilijk om zelf op te vangen.

L:                                                     Hoe lang bent u al Cara-patiŽnt?

P:                                                    Zes jaar.

L:                                                     En bent u daarvoor in behandeling?

P:                                                    Ja, bij eh de S-kliniek, oftewel een ander woord, D. in G.

.............................

......................

L:                                                     Dan heb ik nog een vraag, ehm enige tijd terug bent u voor controle geweest na een periode van drie maanden op D. en toen was er wat verandering gebleken in het medicijngebruik. Kunt u daar wat over vertellen?

P:                                                    Ja ik had altijd, al denk ik toch een jaar of vijf zes, eh Becotide heb ik altijd al, 400 microgram, want er zitten verschillende soorten microgrammen in. Die had ik eerst eh twee, ťťn per dag later twee per dag 400 microgram en ik zat op drie ŗ vier Ventolin per dag. Schommelend van twee drie, drie vier, drie twee en dat is na het laatste half jaar, het medicijngebruik de Becotide moet ik blijven gebruiken want dat is voorbehoedsmiddel maar de Ventolin staat op dit moment op ťťn per dag.

L:                                                     Dat betekent een vermindering van...?

P:                                                    Van gemiddelde twee tot twee tot drie per dag maar minstens twee per dag minder als eerst.

L:                                                     Dus u wil zeggen dat als het eerst 100% was gebruikt u nu nog maar 33%?

P:                                                    Ja, ongeveer ja. Ja 33 ja en dat vind ik persoonlijk eh een hele verbetering.

L:                                                     Als ik het goed begrijp ehm, kunt u zich herinneren dat u de pillen geteld hebt eh drie maan... twee maanden geleden is dat nu hŤ?

P:                                                    Ja.

L:                                                     Dan is het wat dat betreft zelfs nog meer, meer verbetering opgetreden.

P:                                                    Ja, want het verschil in de pot tussen de Becotine en de Ventoline is op dit moment weer groot. `K heb ze nog niet geteld, maar het verschil is heel groot. dus er staat eh ťťn blauwe op twee bruine, dat is ťťn Ventolin op twee Becotide en dat is eh voor mij heel erg gunstig. Ik durf nou ook weer van huis af te gaan zonder een Ventolin bij me te hebben, `k ga overal naar toe zonder Ventolin en eerst niet.

L:                                                     En hoe lang hebt u altijd Ventolin bij u gehad?

P:                                                    Eh, `k denk vijf en een half jaar, en vanaf augustus, van dit jaar augustus is het eigenlijk eh da`k zeg van eh: "Goh ik ben ze vergeten." Da`k uren weg ben en da`k ze dan pas ontdek da`k ze niet bij me heb. Alleen als ik hele dagen wegga, van `s morgens vroeg tot`s avonds laat neem ik d`r ťťn mee maar die heb ik negen van de tien keer niet nodig.

 


M.A.E. VAN DER HEIJDEN,

LOGOPEDISTE,

LANGAKKER 29,

6691 DA GENDT.

NEDERLAND

Gendt, JANUARI 1994

 

 

SCHOLING EN BIJSCHOLING

 

  van 1964 - 1970 : HBS (Hogere Burger School)

  van 1970 - 1971 : HIPB (Hoger Instituut voor Paramedische Beroepen) Gent, BelgiŽ

  van 1972 - 1975 : Opleiding tot logopedist in Nijmegen. Tijdens de opleiding was ik speciaal geÔnteresseer in gedragtherapie.

  van 1972 - 1973 : Opleiding tot 'Akoepedist' in Nijmegen.

  1974 Svend Smith. Stemcursus door R. van Ravenstein-van Schie, Rotterdam

  1976 Bon Depart. Cursus voor senso-motorische therapie.

  May 1986: Myo-functionele therapie (Engelstalig) door mrs Mary-Ann Bolten betreffende mondmotoriek, Utrecht.

  June 1986 :Cursus Afasia and Linguistiek, door E.Visch e.a., Rotterdam. Verschillende theorieŽn over afasie.

  June 1986 : Webster Therapie, cursus (Engelstalig): PFSP - Precision Fluency Shaping Program. Stottertherapie, Nijmegen.

  June 1988 : Methoden van onderzoek (cursus), Amsterdam.

  Januari en februari 1990: Stage bij Mme Catherine Bancel, logopediste in ziekenhuis 'Gonesse', 'St. Louis' en 'Tenon', Parijs, Frankrijk. Gepraktiseerd werd de methode 'Les yeux ouvert', een stemtherapie ontwikkeld door Dr. F. Le Huche, foniater aldaar, de 'Injektiemethode' van mevr. Molenaar-Bijl en spreektechniek na plaatsen boordenknoopje. Kijkstage bij Dr. F. Le Huche, foniater, in 'Institut Arthur Verne', Parijs, Frankrijk.

  Mei 1990: 'Les yeux ouvert', cursus (franstalig), Parijs, Frankrijk door Dr. F. Le Huche betreffende stemtherapie.

  June 1990: 'Sur le Bťgaiment', cursus (franstalig), Parijs, Frankrijk, Dr. Le Huche. Stottertherapie.

  September 1990 - augustus 1991: eerste jaar Psychologie aan de KUN, Nijmegen. Doel: verdiepen psychologische kennis en meer vertrouwd raken met wetenschappelijk onderzoek.

  September 1991-februari 1992: Stage betreffende onderzoek bij stotteraars (electro-myografie) onder supervisie van Dr. W. Hulstijn, KUN, Nijmegen.

  Augustus-september 1991: deelname driedaagse 'Internationale Conferentie over Stotteren, Therapie bij stotteren is vernieuwen', Saulx les Chartreux, Frankrijk.

  Mei-juni 1992: Tropencursus voor paramedici, Tropeninstituut, Amsterdam.

 

 

WERKERVARING

 

  Oktober 1971 - augustus 1972 : Observatie-instituut voor zwakzinnigen 'De Hondsberg', Oisterwijk.

  Januari 1976 - december 1978 : School voor slechthorenden en spraakgebrekkigen 'Martinus na Beek', Nijmegen.

  1976-1992: Begeleiding van stagiaires van de opleiding tot logopedist.

  Januari 1979 - 1985: Schoollogopedie district Over-Betuwe, Bemmel.

  Sinds Januari 1984 : vrijgevestigd logopedist.

  Sinds 1985: ontwikkeling van het senso-motorisch trainingsprogramma SMOSOA met visueel ondersteunend materiaal SOA-Kontrol (gereed 1992;niet gepubliceerd)

  Sinds 1991: Vertaling van fragmenten uit 'La voix, volume I, II en III' van Dr. F. Le Huche.

  1991-1992: Kennisoverdracht methode 'Les jeux ouverts' van Dr. F. Le Huche aan collega's en stagiaires, werkzaam in de praktijk.

  Sinds 1991: Intern onderzoek in de praktijk betreffende frequentie van behandelen, voorkomen van stoornissen,leeftijd enz.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SENSO-MOTORISCHE SYSTEMATISCHE OPBOUW

VAN DE ARTIKULATIE (SMOSOA)

 

P - B - M

F - V - W

T - D - N - L - S - Z - ( R )

J

K - G - CH - NG

R

H

 


 

                                                                                                                                                                                                    DOKUMENTATIE EN INFORMATIE

                                                                                                                                                                                                                                                     

                                                                                                                                                                                                                      ter gelegenheid van

 

                                                                                                                   10 JAAR

                                                                                                             VRIJGEVESTIGD

 


GENDT

 

HERWEN

 

PANNERDEN


PRAKTIJK RAALT 1

6691 XA GENDT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

KRUISGEBOUW KEURBEEK 46A

6914 AH HERWEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

KRUISGEBOUW C.CIVILLISSTRAAT 5

6911 AW PANNERDEN


 


INLEIDING

 

ALGEMEEN

 

over STOTTEREN

 

over AFASIE

 

over AFWIJKENDE MONDGEWOONTEN

 

over STOORNISSEN IN DE ARTIKULATIE

 

over BRODDELEN

 

over DYSARTRIE

 

over EUSOFHAGUSSPRAAK

 

over HEESHEID

 

over SIGMATISMUS

 

over GEHOORSTOORNISSEN

 

over stoornissen in de SPRAAK-TAAL ONTWIKKELING

 

Bijzondere gevallen

 

Curriculum vitea


DANKWOORD

 

Veel personen ben ik dankbaar. Mijn ouders vanwege de vrijheid die ze me gegeven hebben het ondernemende in me te ontwikkelen. Mijn kinderen die me hebben geaccepteerd als een ondernemende moeder en die me vaak belangeloos hielpen. De personen, volwassenen en kinderen, die een beroep op me doen voor logopedische hulp en de ouders van de kinderen. De personen op wiens advies de patiŽnten zich tot mij wenden voor therapie. De collega's met wie ik heb samengewerkt. De personen die me helpen met de administratie. Kortom iedereen die me geholpen heeft en heeft bijgestaan in de tien jaren dat de praktijk bestaat om deze te laten worden zoals die nu is. En natuurlijk allen die toestemming hebben gegeven voor het plaatsen van de foto's en de illustraties.

Tot slot hoop ik dat er onder u zijn die de brochure een plaats zullen geven waar deze gelezen kan worden door belangstellenden.

 

Maart 1994

 

 

 

 

 

 

TOT SLOT

 

Deze brochure is geheel in eigen beheer tot stand gekomen. Voor informatie kunt u terecht in de praktijk: telefoon 08812-4245.

 

copyright  maevdh                               het laatst bijgewerkt  09-09-2010 12:00
in 2010 draag ik de site op aan mijn kleinkinderen Karlijn Frederique Clemens en Syb

schrijf je reactie in het gastenboek

http://www.aa-nederland.nl/alanon.htm
aan de informatie op deze website wordt met zorg gewerkt. de informatie is niet bedoeld als vervanging van professioneel advies. het is niet de bedoeling aan de hand van de informatie zelf diagnoses te stellen. raadpleeg een arts of andere deskundige. de auteur kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor enige vorm van letsel of schade dan ook, voorkomend uit gebruik of misbruik van de informatie op deze website.